Selecteer een pagina

Najaar, een slechte tijd voor de weerstand. Dat weet iedereen, maar bij onze paarden denken we er minder snel aan. Toch hebben juist zij ook veel last van seizoenswisselingen. Het najaar misschien nog wel het meeste. De dagen worden korter, jouw paard gaat een wintervacht aanmaken. Daarnaast verandert er in het dagelijks leven voor veel paarden ook behoorlijk veel: ze gaan van de weide af, dus hun voeding verandert van gras in hooi.

Wat verandert er in het najaar?

De meeste paarden gaan van het weiland naar paddock of naar binnen, waardoor ze ook minder beweging krijgen. Voor de eigenaar die lange buitenritten maakt in de zomer, is dat in het najaar soms minder aantrekkelijk. Deze beweging gaan de paarden dus ook missen. Deze twee veranderingen hebben veel effect op de stofwisseling van het paard. Terug naar binnen is een wezenlijke verandering: soms gaan ze uit de kudde naar de stal, waar ze weer met andere soortgenoten staan. Op stal staan houdt ook in dat het paard de hele dag op een bodembedekking staat: dus meer stof, ammoniak en schimmelsporen. Deze veranderingen geven altijd een vorm van stress. Het is dus een hele lijst waar paarden in het najaar mee te maken krijgen: verandering in voeding, beweging, stress en de wintervacht aanmaken, wat veel energie kost. In deze tijd hoor je dan ook over veel paarden die last krijgen van aandoeningen die met de weerstand te maken hebben: mok, luchtweginfecties, virussen.

Beschermen met aminozuur L-Lysine

Wil je jouw paard beschermen tegen virale infecties, en dan met name de Herpesinfecties, dan is het aminozuur L-Lysine een goed hulpmiddel. Bij mensen kan bijvoorbeeld de koortslip (herpes simplex) of gordelroos (herpes zoster) effectief worden behandeld met L-Lysine. L-Lysine is ook nodig voor de vorming van antilichamen. L-Lysine werkt tegengesteld aan L-Arginine. De L-Lysine werkt remmend doordat het zorgt dat het herpesvirus niet kan repliceren, terwijl L-Arginine juist stimulerend werkt op de vermeerdering van het virus. Uit onderzoek is gebleken dat wanneer de verhouding lysine/arginine in evenwicht is, de vermeerdering van virusdeeltjes onder controle kan worden gehouden. Arginine en Lysine beconcurreren elkaar bij de opname vanuit het darmkanaal. Wanneer er een voldoende L-Lysine wordt aangeboden, dan zal het de opname van L-Arginine echt verminderen. L-Arginine zit onder andere in volle granen en haver. Veel paardenvoeders bevatten deze ingrediënten. Voor mensen zit de juiste verhouding lysine-arginine in voeding met dierlijke eiwitten (vis, kip, rundvlees, lamsvlees, melk, kaas, eieren), bonen, gierst, avocado, biergist en taugé. Ook veel groentesoorten hebben een overschot aan L-Lysine ten opzichte van Arginine. Vitamine C en bioflavonoïden hebben een beschermend effect op het lysinegehalte in het lichaam. Bij paarden kan het zijn dat een rantsoen met veel haver of volle granen het gehalte L-arginine verhoogt en het dier daardoor kwetsbaarder maakt voor Rhinopneumonie.

Najaar, wat kun je doen?

Probeer de omstandigheden en veranderingen voor jouw paard geleidelijk te laten verlopen en zorg voor voldoende beweging en de juiste voeding. Een drainagekuur van vier weken in het najaar helpt het immuunsysteem op te schonen. Een L-Lysine kuur maakt daarna de bescherming tegen virussen voor jouw paard optimaal.